Spaanse televisierechten zorgen voor wrijving

Eerlijkheid in het voetbal is een argument dat nooit zal verdwijnen. Dit argument komt altijd om de hoek kijken, als er een grote club bevoordeeld  wordt over mindere oppositie. Dat kan zijn door een manager die wegkomt  met een handeling waar een ander voor gestraft is, maar ook wanneer  kleinere clubs financieel worden uitgebuit. Een grote club heeft vaak de  macht als het gaat om transfers, alsmede de verdeling van  de televisierechten. Dat is ook wat er momenteel gaande is in de Spaanse  competitie, en dat moet veranderen, zo vindt die oppositie.
<img title=”despacho7″ src=”http://www.catenaccio.nl/wp-content/uploads/2010/10/despacho7-470×313.jpg&#8221; alt=”despacho7″ width=”325″ height=”216″ />
<!–more–>

Het Spaanse voetbal heeft onlangs ongekende successen gehad. Barcelona  domineerde de competitie en Europa, terwijl Atletico Madrid de Europa  League won, en het nationale team na Europees kampioen ook  wereldkampioen werd in Zuid-Afrika. Deze wittebroodsweken lijken echter  voorbij te zijn. De discussie rondom de verdeling van tv-gelden is in volle gang.

Krachtpatsers Real Madrid en Barcelona verdienen 34 procent van het  televisiegeld, terwijl Europese medespelers Atletico Madrid en Valencia  elf procent te verdelen krijgen. De resterende 55 procent wordt verdeeld  over de overige clubs in de twee Spaanse profliga’s. Zij zijn daar  logischerwijs niet blij mee.

Villarreal, Espanyol, Sevilla en Athletic Bilbao zijn daarom de leiders van een  opstand tegen de gevestigde orde. Deze opstand is een tegenstander van  de huidige verdeling van de tv-gelden, die de grote twee meer dan één  derde van het geld op ziet strijken. In getallen ziet dat er nog indrukwekkender uit.

Van de 800  miljoen euro die zou worden verdiend aan de tv-uitzendingen, zouden Real  Madrid en Barcelona ieder 130 miljoen incasseren, terwijl Valencia en  Atletico Madrid het met 45 miljoen euro moeten doen. Een extra negen  procent van het totale bedrag is gereserveerd voor de ploegen uit de  Segunda Division (Liga Adelante), terwijl de resterende één procent een  bijdrage is voor de degradanten uit de hoogste divisie.

De meerderheid van de voetbalclubs in Spanje is inmiddels akkoord gegaan  met de verdeling van de televisie-inkomsten, maar het recalcitrante  kwartet van clubs dat hierboven genoemd is, Villarreal, Espanyol,  Sevilla en Athletic Bilbao, zijn van mening dat er een derde niveau moet  komen in de verdeling. Zo kunnen zij beter concurreren met de grotere  clubs en wordt de rijkdom in het Spaanse voetbal gelijkmatiger verdeeld.

Barça en Real, in het dagelijks leven bittere rivalen, zijn in deze  controversiële situatie elkaars enige bondgenoten. Hun argument is  duidelijk: ze verdienen het. Zij zijn de reden dat de mensen La Liga  willen kijken, en in praktijk hebben zij gelijk. Van de 23 spelers die  genomineerd zijn voor de Gouden Bal voor beste voetballer ter wereld,  komen er twaalf uit de Spaanse competitie, en elf daarvan spelen bij één  van deze twee teams. Beide clubs zullen vertellen dat zij meer geld verdienen vanwege hun  consistente Champions League-uitstapjes, hun merchandisingverkopen en  door de bezoekersaantallen die zij week in week uit trekken.  Fundamenteler dan dat alles is hun wurggreep op de uitzendrechten, die  hun financiën verbetert en ondersteunt, terwijl het tegelijkertijd  andere clubs op afstand houdt.

Deze fout in de distributie van het tv-geld heeft geleid tot de  overheersing van de twee grootmachten. Om de concurrentie eerlijker te  maken, wordt een verdeling volgens Engels model voorgesteld. Daarbij  krijgen de kleinere teams een groter stuk van de spreekwoordelijke  taart. Dat voorstel is een duidelijke verbetering ten opzichte van het huidige  systeem, omdat op die manier alles vanuit een centrale overeenkomst  geregeld wordt. Nu onderhandelen clubs op eigen houtje met  tv-aanbieders, waardoor er zulke scheve bedragen ontstaan. Een  soortgelijke situatie is er in Schotland, waar de overheersing van  Celtic en Glasgow Rangers gevoed wordt door deze individuele  tv-overeenkomsten.

Zolang er niks verandert aan het Spaanse systeem, zal er net als in  Schotland altijd de dreiging bestaan van een afscheidingsbeweging, die  een eigen profcompetitie opzet. Sevilla-voorzitter José Maria del Nido  liet al weten dat Real en Barcelona desnoods maar in Frankrijk moesten  gaan spelen. Zover zal het echter nooit komen, aangezien ook de mindere  clubs uithangborden zoals Real en Barcelona nodig hebben.

Maar ook de  twee grootmachten mogen in deze financieel moeilijke tijden best wat  concessies doen. De Spaanse competitie zal er nog meer op vooruit gaan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s